Column Raoul Ramautarsing in Nieuwsblad transport: ‘Schijn bedriegt bij douane-expeditie’

 In Algemeen nieuws

“RAAD & RECHT
Inmiddels ben ik eraan gewend, maar zeker toen ik net begonnen was als douanespecialist heb ik me verbaasd over douane-expediteurs. Natuurlijk niet over de werkzaamheden, die zijn begrijpelijk en uitermate nuttig. Nee, ik verbaasde me over de financiële risico’s die zij dragen.
Keer op keer las ik uitspraken van de rechter waarin een douane-expediteur een stevige douaneclaim voor de kiezen kreeg. Het verweer was dat de vergoeding niet in verhouding stond met het risico. Het zou buitengewoon onredelijk zijn voor een expediteur om tonnen, soms zelfs miljoenen te moeten betalen aan naheffing, terwijl de vergoeding slechts een fractie daarvan was.

Betalen
Die claim hoort toch zeker thuis bij de opdrachtgever. Al die zaken eindigden hetzelfde: de expediteur was de klos en moest betalen. Het argument: beroepsrisico. Uiteraard kan de expediteur verhaal halen bij de opdrachtgever, maar als deze niet thuis geeft, dan draait de expediteur op voor de kosten.
Gelukkig biedt het douanerecht een oplossing voor tussenpersonen, zoals een expediteur, door de mogelijkheid van douane-vertegenwoordiging. De bekendste vorm is directe vertegenwoordiging. De korte en bondige samenvatting daarvan is dat een expediteur in naam en voor rekening van iemand anders kan optreden. Indien achteraf een claim ontstaat, zal de douane zich moeten wenden tot de opdrachtgever van de expediteur.

Weerbarstig
Het heeft enige tijd geduurd voordat directe vertegenwoordiging in Nederland was geïmplementeerd, maar vanaf het begin was het een groot succes. De risico’s voor de expediteurs behoorden tot het verleden, althans op papier. De praktijk bleek weerbarstiger.
Het klopte dat expediteurs veel minder claims kregen en dat de douane zich steeds meer ging richten op de opdrachtgevers. Maar dat betekende niet dat de expediteurs risicovrij waren. Sterker nog, de afgelopen jaren hebben behoorlijk wat expediteurs hun douane-aansprakelijkheid onderschat. Ik noem de twee voornaamste situaties.

Aangifte
De eerste situatie betreft het doen van een douane-aangifte zelf. Het douanerecht bepaalt dat het doen van een onjuiste aangifte een strafbaar feit is, ook als je die aangifte in naam en voor rekening van een ander doet. Met andere woorden, met vertegenwoordiging kun je weliswaar het risico op een naheffing verminderen, maar blijft een expediteur zelf verantwoordelijk voor het handelen bij het doen van die aangifte.
De tweede situatie is recentelijk nog bevestigd door de Hoge Raad. Wanneer een expediteur optreedt als directe vertegenwoordiger, geldt als eis dat hij daarvoor een machtiging moet hebben. Wat blijkt in de praktijk: die machtigingen zijn vaak zo lek als een mandje.
Ik zie regelmatig expediteurs die zijn gemachtigd om als directe vertegenwoordiger op te treden namens een Amerikaanse of Chinese entiteit. Of als sprake is van een groep van entiteiten, de opdrachtgever een andere is dan de entiteit die genoemd staat op de machtiging.
Of zoals in de zaak bij de Hoge Raad waarbij degene die de machtiging heeft ondertekend niet (volledig) bevoegd is om die te tekenen. Al deze gevallen hebben één ding gemeen: de expediteur denkt beschermd te zijn tegen douaneclaims maar is in werkelijkheid rechtstreeks en volledig aansprakelijk richting de douane.

Advies
Normaliter eindig ik mijn column met een woordspeling of een oneliner. Dit keer sluit ik af met een welgemeend advies. Treed je op als directe vertegenwoordiger, kijk dan nog eens goed naar het proces dat daarvoor is ingericht en de machtiging die is ondertekend. Vaak lijkt aan de oppervlakte alles goed geregeld, maar kijk even goed naar de uitvoering daarvan. Dan toch nog maar een flauwe oneliner: better safe than sorry.”

Column: Nieuwsblad transport
Raoul Ramautarsing

Recente berichten